Setplanning openingsfoto 02

Zet je setlist overboord!

Zet je setlist overboord!

‘Een goede setplanning is belangrijker

dan heel goed muziek maken.’

Van veel lezers krijgen we het verzoek om iets te schrijven over het samenstellen van een goede setlist, oftewel setplanning.  We zochten hiervoor een ervaringsdeskundige op met een uitgesproken visie. Zet je schrap! Volgens Sander Teunissen is de vaart in een set houden belangrijker dan de finesses in je sound. Laat setplanning afhangen van de publieksreactie.

“We speelden een keer op een ‘moeilijke’ bruiloft”, herinnert Sander Teunissen zich. “Eindelijk hadden we de sfeer erin. Dat was het moment om het bruidspaar naar het midden van de dansvloer te vragen en iedereen uit te nodigen er omheen te gaan staan. Ik kondigde het te spelen nummer aan, maar de band wachtte een paar seconden te lang met inzetten. In die paar tellen van stilte waren veel mensen weer gaan zitten. Het is die avond eigenlijk niet meer goed gekomen. En dat kwam door dat ene moment, die paar seconden te lange stilte.” Aan het woord is Sander Teunissen. Hij heeft elf jaar lang bij de commerciële band Hike gespeeld, waarvan hij de drummer, setplanner en presentator was. Momenteel is hij actief als bandcoach voor verschillende boekingskantoren.

Teunissen_02

Sander heeft een uitgesproken visie op setplanning. Dat is de volgorde waarin je de nummers uit je repertoire speelt. Maar setplanning is ook hoe vlot de nummers elkaar opvolgen, hoe lang een set is, waar de pauzes liggen, kortom setplanning is eigenlijk de complete planning van je optreden.

Mensen amuseren
Op de vraag ‘hoe stel je een goede setlist samen’ heeft Sander een duidelijk antwoord: “Zet je setlist overboord!” Uiteraard legt hij wel uit waarom en vertelt hij ook hoe je het dan wel moet doen. Sander’s ervaring heeft vooral betrekking op commerciële bands die een avondvullend optreden verzorgen. Maar zijn visie op setplanning is prima door te trekken naar het amateurcircuit, andere soorten muziek, andere gelegenheden en zelfs naar kortere optredens.
“Het gaat erom dat je met muziek mensen wilt amuseren, ongeacht of het dansmuziek of luistermuziek is, of wat voor muziek dan ook. Iedere muzikant wil graag dat het publiek geniet van de gespeelde muziek. En dat de uitbater een goede avond heeft. Een goede setplanning is daarbij van doorslaggevend belang. Setplanning is een vak en wordt door veel bands erg onderschat”, pleit Sander.
“Ik vind een goede setplanning belangrijker dan heel goed muziek maken. Zet twee bands met even goede muzikanten met hetzelfde repertoire voor hetzelfde publiek in dezelfde zaal. Als de ene band zijn setplanning wel goed doet en de andere niet, dan heeft de ene band wel een goed optreden en de andere niet. Goede setplanning is cruciaal en mijns inziens moet die altijd publiekgestuurd zijn.”

De ultieme set
Veel bands stellen voor hun optredens een setlist samen. Zo’n setlist bestaat dan bijvoorbeeld uit drie of vier sets van een half uur tot drie kwartier. Een setlist is overigens iets anders dan een playlist. Een playlist is gewoon de lijst met alle nummers uit je repertoire.
Sander is géén voorstander van een uitgeschreven setlist. “Er bestaat niet één goede set. Natuurlijk zijn er wel trucjes die vaak werken, maar soms werken die ook niet. Je kunt het verloop van een set niet van tevoren plannen. Setplanning moet je ter plaatse doen en laten afhangen van de reactie van het publiek. Ieder optreden is weer anders, afhankelijk van plaats, omstandigheden en publiek. Als band moet je flexibel genoeg zijn om daarop in te spelen. De ultieme set is een door het publiek gestuurde set.”
Deze manier van optreden stelt wel bepaalde eisen aan de band. Het is belangrijk om de setplanning bij één bandlid neer te leggen, die daar de volle verantwoordelijkheid voor heeft. Op het podium moet iedere muzikant daar gewoon aan gehoorzamen. “Discussiëren over de setplanning doe je niet op het podium, maar in de eerstvolgende repetitie”, vindt Sander.
Door de setplanning steeds bij hetzelfde bandlid te leggen, kan deze zich hierin ontwikkelen. Vaak is de setplanner tevens de presentator, maar soms ook niet. Zijn het twee verschillende personen, dan moeten die twee elkaar goed aanvoelen. Het samenspel tussen een presentator en setplanner is van cruciaal belang. Ze moeten elkaar en het publiek goed aanvoelen. Beiden moeten zich hierin ontwikkelen.
Verder is het natuurlijk belangrijk dat ieder bandlid duidelijk en tijdig meekrijgt wat het volgende te spelen nummer is. Commerciële bands werken vaak met in-ear monitoring, wat onderlinge communicatie gemakkelijk maakt. Heb je dat niet, spreek dan goed met elkaar af hoe je de setplanning op het podium met elkaar communiceert. Dat kan met bepaalde tekens en gebaren. Of nummer je repertoire, zodat je alleen een getal hoeft te gebaren.

Profs en amateurs
Ongetwijfeld schiet je nu een aantal praktische bezwaren te binnen tegen deze manier van werken. Bijvoorbeeld: ‘voor publiekgestuurde setplanning heb je vast een groot en breed repertoire nodig’. Voor commerciële bands geldt dat zeker. Die hebben doorgaans een repertoire van zo’n 160 tot 200 nummers.
Dat is voor de meeste amateurbands niet haalbaar. En zeker niet als je één bepaalde muziekstijl speelt, bijvoorbeeld blues of rock. Heb je een repertoire van 30 tot 40 nummers? Probeer dat repertoire dan zo samen te stellen dat je voldoende variatie kunt bieden in met name tempo en ritme (en stijl, als je verschillende stijlen speelt). Dus voldoende variatie in slow, medium en fast. Dat betekent overigens niet dat je na ieder nummer een compleet ander nummer hoeft te spelen.
Heb je dat voor elkaar, dan kun je ook met een kleiner repertoire aan publiekgestuurde setplanning doen. Evalueer je repertoire regelmatig op basis van de publieksreacties en durf nummers te schrappen en nieuwe nummers toe te voegen.
“Na ongeveer zes jaar setplannen had ik het spelletje goed door”, zegt Sander. “Desondanks maakte ik iedere avond wel een paar fouten. Dat is niet erg, zolang je de fouten maar kunt herstellen.”

Gitaarwissels dan?
We komen bij een volgend cruciaal onderdeel van goede setplanning: snelheid. “Wat er ook gebeurt, je moet de vaart erin houden”, stelt Sander. Maar dan stuiten we op een praktisch bezwaar: sommige muzikanten hebben een aantal seconden nodig om zich op het volgende nummer voor te bereiden. De toetsenist moet iets programmeren, de gitarist moet een aantal pedaaltjes intrappen of van gitaar wisselen, enzovoorts.
“Daar moet je niet op wachten”, aldus Sander. “De betreffende muzikant kan dan beter de eerste maat maar niet meespelen dan dat de hele band én het publiek op die muzikant zitten te wachten. Of wissel tijdens een outro of laat het publiek iets zingen. Maar voorkom een stilte. Want stiltes tussen de nummers zijn dodelijk, dan raak je publiek kwijt.”
Natuurlijk kan de presentator tussendoor een praatje houden als de gitarist van gitaar wisselt. Maar zo’n praatje moet eigenlijk niet nodig zijn om technische redenen, maar omdat de sfeer van het moment ernaar is. En die sfeer kan ook zo zijn dat er meteen doorgespeeld moet worden, omdat iedereen aan het dansen is. Een praatje is dan funest.
“Ik weet dat veel bands bij de samenstelling van hun setlist rekening houden met gitaarwissels, sounds of toonsoorten”, zegt Sander. “Ik vind dat geen goed uitgangspunt voor de opbouw van een set. Bovendien kun je bij bijvoorbeeld bij veel gitaarwissels een vraagteken zetten. Het gaat de gitarist vaak om dat nét iets andere geluid, maar je kunt je afvragen wat daar in de zaal van overblijft en of iedereen dat wel ervaart. Hoogstens die twee gitaristen die bij de mengtafel staan. De vaart in een set houden is veel belangrijker dan de finesses in je sound. Je staat er immers voor een publiek. En die zal het over het algemeen een zorg zijn of dat ene rauwe randje van de gitaar er wel of niet is.”

Secondenwerk
Uit ervaring weet Sander dat het vasthouden van publiek vaak secondenwerk is. “Als de presentator even niet weet wat hij moet zeggen en daarom maar even een slok neemt uit zijn fles Spa Blauw, raak je onherroepelijk mensen kwijt. Dat zijn fatale momenten in een optreden. Niet doen!”
Sander noemt zulke momenten ‘wegloopmomenten’. “Met zo’n wegloopmoment raak je in enkele tellen kwijt wat je gedurende de set hebt opgebouwd met het publiek. Je moet dan weer helemaal opnieuw beginnen. Wegloopmomenten kunnen trouwens ook in een nummer zitten in plaats van tussen de nummers. Denk aan bepaalde passages in een nummer of een te lang intro. Is dat het geval? Knip dan in het nummer of houd een praatje.”

Werken naar liftmoment
Een goede set bevat schrikmomenten. Deze schrikmomenten zorgen op hun beurt weer voor zogeheten liftmomenten. Dat zijn momenten waarop de sfeer in de zaal ineens drastisch omhoog gaat. Het plannen en uitvoeren van die schrik- en liftmomenten luistert wel nauw. Doe je het niet goed, dan sla je de plank volledig mis.
Als je het volgende leest, houd dan een schuin oog op de grafiek die je op deze pagina’s ziet. Sander legt uit: “In een set wil je naar een soort climax toe werken, die aan het eind van de set zit. Dat is het moment dat iedereen uit z’n dak gaat. Als je heel geleidelijk naar die climax toe werkt, haal je niet het maximale eruit. Dat lukt wel als je op de juiste momenten een liftmoment inbouwt. En voor ieder liftmoment heb je weer twee schrikmomenten nodig.”
In de loop van de set worden de nummers iets dansbaarder en vaak zie je dan de eerste dames aan het dansen. “Je krijgt langzamerhand de aandacht van het publiek. Probeer vervolgens naar het zogeheten omslagpunt toe te spelen. Dat is het moment waarop je het publiek in je broekzak kunt hebben, mits je op dat moment de juiste dingen doet.”Hoe gaat het in zijn werk? Sander is er voorstander van om nét vooruit te lopen op de flow van het publiek. “Mensen komen binnen, nemen iets te drinken en willen even acclimatiseren. Je moet dan als band niet te opdringerig zijn. Prikkel de mensen met aanstekelijke nummers, dwing met het eerste nummer wel respect af (een flauw schuifelnummer als opener imponeert niet) en breng ze met toegankelijke nummers en een juiste presentatie (gastheerrol) in de stemming. Val ze niet lastig met springen of zingen.”

Omslagpunt aanvoelen
Voor de setplanner is het cruciaal dat hij het moment van het omslagpunt goed aanvoelt. Een kwestie van ervaring en voelsprieten. Sander vervolgt: “Stel je voelt dat je bij het omslagpunt zit. Op dat moment spreek je het publiek aan, je vertelt iets leuks en nodigt de mensen bijvoorbeeld uit om dichter bij het podium te komen. Hoe dan ook, je maakt op dat moment even heel goed contact met het publiek. Vervolgens zet je een langzaam nummer in. In het commerciële circuit speel je dan vaak een ‘meezinger’ of een ‘meezwaaier’. In ieder geval moet het tempo van dat nummer aanzienlijk lager dan het nummer dat je daarvoor hebt gespeeld. Dit is het eerste schrikmoment.”
Nu is het zaak om als band doortastend te zijn, aldus Sander. “Metéén na dat langzame nummer zet je een snel en dansbaar nummer in. Dus mondje dicht en meteen doorspelen. Het tempo en/of stijl van dat nummer moet totaal verschillen van het nummer dat je vóór het langzame nummer hebt gespeeld.”
Dit is het tweede schrikmoment. “Als dat goed lukt, heb je de set en de sfeer in de zaal als het ware een lift gegeven. Je tilt het in één keer naar een hoger niveau. Door dat liftmoment kun je qua tempo, dansen, sfeer en publiekscontact aan het eind van de set hoger uitkomen dan wanneer je het geleidelijk aan opbouwt zonder schrikmomenten.”
Waarom zijn die schrikmomenten nodig? “Anders wordt voor het publiek de spanningsboog te lang. Je moet die spanningsboog onderbreken. Zo niet, dan houd je minder grip op je publiek.”

Stof tot nadenken
Publiekgestuurde setplanning, vaart erin houden, wegloopmomenten voorkomen, omslagpunt aanvoelen, schrikmomenten kiezen en daarmee je set een lift geven. Volgens Sander zijn dat de onmisbare ingrediënten voor een geslaagd optreden. Sander zou graag zien dat de popacademies in Nederland veel meer aandacht besteden aan setplanning en presentatie. “Dit gebeurt mijns inziens te weinig en juist deze factoren zijn vaak bepalend voor het succes van een avond of band.”
Hebben we hiermee in Bandcoach het laatste woord over setplanning gezegd? Zeker niet. We zullen geregeld op dit belangrijke onderwerp terugkomen en uiteraard steeds vanuit een andere invalshoek. Dit artikel biedt in ieder geval stof tot nadenken en tot discussie.
Is dit een compleet andere manier van optreden voor je? Probeer het dan in ieder geval een keer uit. Wie weet bevalt het je heel goed, ook al moet je er eerst in groeien. Dat scheelt weer typewerk en setlists uitdelen.

Playlist bij de hand
Een setplanner heeft natuurlijk niet het complete repertoire in zijn hoofd. Daarom kan hij een playlist bij de hand te houden, met daarop het complete repertoire. Op die playlist kun je de nummers verdelen over verschillende categorieën, bijvoorbeeld op basis van tempo, ritme en stijl. Dan kun je sneller het gewenste nummer vinden.

 Tempo opvoeren
Om het publiek in beweging te krijgen en te houden, mag het volgende nummer niet veel langzamer zijn dan het vorige nummer. Terugzakken van 120 beats per minute naar 115 is al te veel. Dat voelt en danst niet lekker. Tempo opvoeren is beter. Overigens is het wel afhankelijk van het soort ritme van een nummer. En ook nog eens of er ‘los’ of ‘vast’ gedanst wordt.
Leg op basis van tempo en soort ritme de nummers van je repertoire maar eens onder de loep. Misschien worden dan de tot nu toe onbegrepen wegloopmomenten duidelijk.

 teunissen_03

Sander Teunissen: “Een goede setplanning is belangrijker dan heel goed muziek maken.”


Tips voor setplanning

* Een hit van het moment mag best twee keer op een avond gespeeld worden. Soms kan het goed zijn om meteen met een hit te beginnen.
* Speel niet twee langzame nummers achter elkaar. Anders maak je van je schrikmoment een wegloopmoment.
* Maak de pauzes niet te lang (hoogstens een kwartier). Je moet de volgende set dan van ‘te diep af’ weer opbouwen en de pauze wordt zo een wegloopmoment. Liever korte sets en korte pauzes dan lange sets en lange pauzes.
* Je hoeft niet altijd te eindigen met je beste ‘tent op z’n kop’ nummer. Een langzaam nummer (eventueel een schuifelnummer) kan ook goed uitpakken, zeker aan het eind van de avond.
* Variatie in zangstem wordt door het publiek vaak gewaardeerd. Het houdt de sound van je band lekker fris. De hele avond één stemgeluid kan eentonig worden. Laat naast de leadzanger ook andere bandleden af en toe zingen. Vrijwel iedere muzikant kan zingen, ook al heeft hij geen topstem. Overwin je schroom en begin voorzichtig tijdens de repetities. Probeer in je setplanning ook afwisseling te zoeken in leadzang.
* Vermijd stiltes tussen nummers. Houd een praatje, speel meteen door of combineer dit door tijdens een instrumentaal intro een praatje te houden.
* De presentator verandert van rol in de loop van het optreden. Eerst ben je vooral gastheer/vrouw, later ben je entertainer.
* Probeer je als setplanner te verplaatsen in je publiek: wat zou jij willen horen en zien als jij de gemiddelde bezoeker was?
* Durf je publiekgestuurde setplanning (nog) niet aan en wil je toch een soort setlist voor houvast? Maak dan een setlist met sets van bepaalde nummers, maar leg de volgorde binnen de set niet vast. Je houdt dan de vrijheid om binnen een set met nummers te schuiven, al naar gelang de reactie van het publiek.

 

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Email to someone
Fred Meijer

Geschreven door

Fred Meijer, redacteur Bandcoach Magazine

Reacties (0)

Kennispartners

knowledge partners