_IZF9501

De trompet – Deel 2

De trompet – Deel 2

‘Dagelijkse training  is cruciaal’

Is trompet spelen moeilijk? Als instrument heeft de trompet een hoog instapniveau. Hoger dan bijvoorbeeld de saxofoon. Een beginnende muzikant kan uit een saxofoon sneller een (mooi) geluid krijgen dan uit een trompet. Bij een trompet moet je daar langer op oefenen. Bij de saxofoon moet je een riet in trilling brengen, dat het geluid voortbrengt. Bij de trompet zijn het de lippen die in trilling worden gebracht voor de klankopwekking. Dat in trilling brengen van je lippen komt heel precies. Het zit niet in onze natuur om onze lippen aan te spannen en in trilling te brengen. Dat vergt dus enige oefening en als het uiteindelijk lukt, komt er eerst een lelijke noot uit. En in het begin ben je na drie noten al moe.

Als professioneel trompettist is dagelijkse training cruciaal. Dat is de ervaring van trompettist Erik Veldkamp: “Je moet die spierkracht in je lippen onderhouden. Ik ga eigenlijk nooit op vakantie, dus blijf altijd wel ‘in shape’. Dat is wel prettig, zeker in mijn rol als leadtrompettist.”

_IZF9422
Erik speelt al sinds zijn vroege jeugd trompet en mag worden gerekend tot de beste leadtrompettisten van Nederland. Hij is leadtrompettist bij onder meer The Glenn Miller Orchestra en speelt daarnaast als freelancer bij diverse orkesten in binnen- en buitenland.
De leadtrompettist (eerste trompettist) van bijvoorbeeld een bigband heeft ongeveer dezelfde rol als de eerste violist (concertmeester) van een klassiek orkest. Beiden hebben ze een muzikale voortrekkersrol. De leadtrompettist heeft vaak nog meer invloed op de timing en frasering.
“Als de bigband tutti speelt (de hele band speelt), dan speelt de leadtrompettist de melodielijn”, legt Erik uit. “Samen met de drummer bepaalt de leadtrompettist hoe de band fraseert, swingt en klinkt.”
Dat is geen gemakkelijke rol, aldus Erik. “Je moet als muzikant duidelijke opvattingen hebben en deze weten over te brengen op de andere bandleden. Je moet rust uitstralen en consequent spelen, zodat de medemuzikanten weten hoe je een frase timet en fraseert. Ik speel ook wel eens tweede of derde trompet. Je volgt dan de leadtrompet en dan voel je minder mentale druk. Dat voel je dan ook door in je lippen.”

Hoog spelen
Leadtrompet spelen is ook fysiek zwaar, weet Erik uit ervaring. “Bij een trompet moet de lucht door een klein gat worden geperst. De trompet en de hobo hebben van alle blaasinstrumenten het kleinste gat. Dat zet veel druk op je hoofd. En hoe hoger je speelt, des te meer het instrument ‘tegenwerkt’. Bij de hoge noten moet de trompettist meer zelf doen om goed ‘in de kern van de noot’ te spelen. De embouchure wordt daardoor ook meer belast. In het lage register bepaalt de trompet meer waar de noten zitten”
De leadtrompettist speelt de eerste stem, dus de hoogste noten. “Dat betekent dat je een groot bereik moet hebben en dat je dat ook moet kunnen volhouden. Op ieder ‘moment suprême’ moet je hoog kunnen spelen. Dat zijn de momenten waarop de druk op jou als muzikant het hoogst is.”
Hoog spelen is voor veel koperblazers het summum. “Veel leadtrompettisten kunnen van nature al gemakkelijk hoog spelen, ze hebben daar blijkbaar aanleg voor”, aldus Erik. “Maar waar hem dat nu precies in zit, is me nog niet helemaal duidelijk. Ik heb daar een verklaring voor proberen te vinden. Je zou denken dat het in de bouw van iemands lippen zit. Maar ik heb nog geen anatomische overeenkomsten kunnen vinden bij de trompettisten die gemakkelijk hoog kunnen spelen. Ik vermoed dat het vooral een mentale kwestie is. Meestal hebben ze vanaf de allereerste les de juiste houding aangenomen om trompet te spelen.”

_IZF9297

Klankvoorstelling maken
Veel trompettisten hebben moeite met hoge noten. Daar komt nog eens bij dat die hoge noten altijd op een ‘moment suprême’ zitten, bijvoorbeeld aan het eind van een stuk. Dat zet de trompettist extra onder druk en juist door die opgebouwde spanning gaat het dan fout met die hoge noot. Die spanning zorgt ervoor dat je niet optimaal ademt en/of te veel onnodige spanning in de embouchure hebt.
“Gelukkig heb ik me altijd goed weten te redden met de hoge noten”, vervolgt Erik. “Maar op een gegeven moment ben ik me toch in die materie gaan verdiepen, omdat ik een manier wilde vinden waarop ik nog efficiënter kon gaan spelen. Er melden zich nog wel eens trompettisten bij me die moeite hebben met de hoge noten. Ze hebben altijd het idee dat het een kwestie van lippen en ademhaling is. Maar dat is het meestal niet, het is een mentale en muzikale kwestie. Je moet voor jezelf een klankvoorstelling van die hoge noot maken. Je moet van tevoren weten hoe je die hoge noot wilt spelen. Anders kun je je lichaam niet de opdracht geven om die hoge noot te spelen. Voor bijvoorbeeld zingen geldt hetzelfde. Daarnaast moet je natuurlijk ook goed getraind zijn, je moet wel het uithoudingsvermogen hebben om een concert lang dat vol te kunnen houden.”
Erik voelt zich in die opvatting gesteund door de zienswijzen van vooraanstaande muzikanten als de trompettist Bill Adam en de tubaïst Arnold Jacobs. “Ook zij zeggen dat het een mentale kwestie is en dat het maken van een klankvoorstelling cruciaal is voor het bespelen van een blaasinstrument.”

Highblowing
Het is ook mogelijk om extreem hoog te spelen op een trompet. Dat is het zogeheten highblowing. “Een professionele leadtrompettist moet een G3 kunnen garanderen, een highblower gaat tot C4 en hoger. De techniek voor beiden is overigens dezelfde. Highblowing is vooral een kick voor trompettisten. Muzikaal gezien vind ik het wat minder interessant. Ik hoor bijvoorbeeld liever Chet Baker een lyrische solo spelen dan Jon Faddis over een bigband staan screamen.”
Wayne Bergeron, Eric Miyashuro en Jon Faddis zijn tegenwoordig de bekende highblowers. De in 2006 overleden Maynard Ferguson is het bekendst. Eén van de beroemdste highblow-fragmenten zit in het nummer Gonna Fly Now, bekend als het thema van de film Rocky I.
De trompet wordt gebruikt in de klassieke muziek, de jazz en in de popmuziek. Vragen deze muziekstijlen ieder hun eigen speeltechniek? “Ja”, antwoordt Erik. “Met name tussen klassiek en jazz is er een groot verschil. Klassieke muziek vereist een ander geluid van de trompettist. Dat moet gedragen, vol en breed zijn. In de jazz, en dat geldt met name voor de leadtrompet, moet het geluid compact (gecentreerd) zijn met veel sizzle (hoge boventonen). Er zit dan veel meer luchtcompressie achter de noot, de luchtdruk is hoger en de mondstukdruk vaak ook. Dat vraagt een vooral een andere manier van ademhaling en natuurlijk een andere klankvoorstelling.”

_IZF9426
Trompettisten in de klassieke muziek werken over het algemeen met buikademhaling. Leadtrompettisten willen meer luchtdruk, dus ademen dieper in. Sommigen gebruiken daarvoor een soort yoga-achtige ademhaling, die uitgaat van een volledige ademhaling (100 procent vol). Ze zetten daarna meer spanning op de omliggende spieren van de longen om nog meer compressie te maken. Ook gebruiken leadtrompettisten een kleiner en/of ondieper mondstuk dan klassieke trompettisten.

De blazerssectie
Een trompettist in een popband maakt doorgaans deel uit van een blazerssectie. “Een voorbeeld van een geweldige blazerssectie is de Hey Horns, opgericht door Jerry Hey”, merkt Erik op. “Zij zijn onder meer bekend van alle Michael Jackson platen en alle andere muziek die door Quincy Jones is geproduceerd.”
Wat maakt iemand tot een goede sectieblazer? “Je moet goed kunnen mengen. Een sectie van drie, vier of vijf blazers moet als één blok klinken. Alsof je een akkoord op de piano speelt. Dat betekent dus dat alle blazers van een sectie goed moeten kunnen timen, fraseren en zuiver spelen. Ook moeten de sounds van de individuele blazers goed bij elkaar passen. En een sectieblazer moet goed van blad kunnen lezen, dus het liefst alles in één keer foutloos kunnen spelen.”
Het valt Erik op dat veel sectieblazers uit het oosten en zuiden van het land komen. “Ik vermoed dat dit komt door de fanfare-achtergrond van deze blazers. Zo komen de meeste koperblazers van het Metropole Orkest uit het oosten van het land, trompettist Ruud Breuls komt uit Limburg. Overigens komen de jazzsolisten juist weer vooral uit het westen. Je ziet trouwens ook dat de koperblazers altijd de gezelligheid opzoeken en vaak een clubje vormen. Dat heeft vast ook met die fanfare-achtergrond te maken.”

Altijd van papier
Een ergernis van sommige muzikanten is dat blazers vrijwel alles van papier moeten spelen. Terwijl de ritmesectie (drums, bas, gitaar en toetsen) eigenlijk altijd uit het hoofd speelt. Toch is daar een reden voor, legt Erik uit. “De ritmesectie studeert de vorm van een nummer in en die blijft zich dan herhalen. Een blazerspartij ontwikkelt zich in de loop van een nummer. Er zijn nauwelijks herhalingen. Het is niet te doen om dat uit je hoofd te leren, tenzij je altijd met dezelfde band speelt en die bovendien steeds dezelfde nummers speelt. Maar voor een sessieblazer of een blazer die in meerdere bands speelt, is dat geen doen. Soms speel je van hetzelfde stuk een andere blazerspartij bij een andere band. Dat ga je dan door elkaar halen.”
Wat gaat er wel eens mis bij trompettisten in bands, naast het missen van hoge noten? “Ze hebben het origineel bijvoorbeeld niet beluisterd en fraseren en timen de partijen niet zoals het origineel. Schrijf dus als arrangeur alle fraseringtekens (dakjes, streepjes,puntjes enzovoorts) in de partijen om duidelijk te maken hoe iets moet worden gespeeld. Een partij moet zo duidelijk mogelijk zijn, vooral omdat een freelance blazer vaak de partij pas leest tijdens het optreden.”

Hard, harder, hardst
In decibels gemeten klinkt een trombone harder dan een trompet. Maar zo ervaren we het niet. We ervaren de trompet als harder en doordringender. Dat komt doordat de frequenties die voor ons het duidelijkst hoorbaar zijn, bij de trompet sterker zijn vertegenwoordigd dan bij de trombone.

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Email to someone

Geschreven door

Reacties (0)

Gerelateerde artikelen

Kennispartners

knowledge partners