Ton Lamers (_CTE3166)

Muzikaal ondernemerschap, musiconomie

Muzikaal ondernemerschap, musiconomie

Muzikaal ondernemerschap is geen vies woord meer

Ton Lamers over musiconomie en de 80/20-regel. Ooit gehoord van ‘musiconomie’? Dat is het vakgebied dat zich bezighoudt met de zakelijke kant van muziek maken. Het is bedacht door mr. Ton Lamers, juridisch en economisch expert op het gebied van de uitvoerende kunsten. Ton zal hierover regelmatig publiceren in Bandcoach. Hier alvast een kennismaking.

“De zakelijke kant van muziek maken is niet alleen van belang voor beroepsmuzikanten, maar ook voor amateurmuzikanten”, zegt Ton Lamers. “Zodra er voor het maken van muziek geld wordt betaald, heb je ermee te maken. En dan maakt het geen verschil of je beroeps of amateur bent. Bovendien zie je in de live muziek dat het beroepscircuit en amateurcircuit door elkaar heen lopen. Er zijn amateurbands waarin beroepsmuzikanten meespelen, bijvoorbeeld als invaller. Je moet dan wel weten hoe het fiscaal en juridisch zit.”
Ton Lamers is van oorsprong muzikant, maar koos op een zeker moment voor een andere richting. Hij zit nog steeds in de muziek, maar nu op een heel andere manier. “Ik heb slagwerk en drums gestudeerd aan het conservatorium. Vervolgens heb ik tien jaar als muziekdocent gewerkt aan een muziekschool en ben ik ook adjunct-directeur geweest. Maar ik wilde meer. Daarom besloot ik weer te gaan studeren. Eerst HBO Hoger Management en daarna Rechtswetenschappen aan de universiteit.”
Ton is gestopt met muziek maken, maar heeft de muziek zeker niet de rug toegekeerd. Tijdens en na zijn studie heeft hij zich ontwikkeld als economisch-juridisch expert op het gebied van de uitvoerende kunsten. Hij heeft een eigen rechtspraktijk en hij is als seniordocent werkzaam aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten, met vestigingen in Enschede, Zwolle en Arnhem.

Musiconomie
Op deArtEZ hogeschool heeft Ton de vakgebieden musiconomie en arteconomie ontwikkeld. Deze termen heeft hij zelf bedacht en ze raken steeds meer ingeburgerd. Musiconomie is het kennisgebied van de fiscaal-economische en juridische omgeving van uitvoerende kunstenaars (muzikanten en andere podiumartiesten). Arteconomie is hetzelfde, maar dan voor beeldend kunstenaars.
Ton publiceert regelmatig over deze onderwerpen en heeft er ook boeken over geschreven. Zijn boek Musiconomie beleefde onlangs een derde druk en wordt als een standaardwerk beschouwd. Samen met co-auteur Rebecca Nagel heeft hij begin 2010 het boek Arteconomie gepubliceerd. Beide boeken worden uitgegeven door uitgeverij Coutinho.
Alsof hij daar nog niet druk genoeg mee is, is Ton ook als PHD-onderzoeker verbonden aan faculteit der rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit. Hij hoopt begin 2011 te promoveren op een onderzoek naar de wijze van contracteren door intermediairs in de muziekindustrie.

Kunstenaars en bakkers
Ton heeft een uitgesproken visie over de zakelijke kant van muziek maken. “Als muzikant heb ik mijn opleiding gehad in de jaren zeventig en tachtig. In die tijd was ‘zakelijk’ een vies woord voor kunstenaars. De kunstwereld was een in zichzelf gekeerde wereld, waarin geen plaats was voor ondernemerschap. Kunstenaars maakten wat ze zelf mooi vonden, ongeacht wat anderen ervan vonden. Dat kon ook, want er waren allerlei subsidieregelingen voor kunstenaars.
De samenleving ontwikkelde zich, maar in sociaal, maatschappelijk en economisch opzicht ging de kunstwereld daar niet in mee. “Totdat de overheid zag dat zij een beroepsgroep financierde die van de maatschappij was vervreemd. Dat deed de overheid besluiten om allerlei subsidieregelingen af te schaffen.
Ton vindt dit terecht. “Kunstenaars en artiesten zijn gewoon een beroepsgroep. Net als huisartsen, advocaten en bakkers. Voor iedere beroepsgroep geldt de bedrijfseconomische 80/20-regel: 80 procent van je inkomen haal je uit routineuze werkzaamheden. Die andere 20 procent kun je aan bijzondere dingen besteden. Een bakker kan een heel bijzonder broodje maken en daar al zijn creativiteit in stoppen. Maar zijn meeste omzet maakt hij toch met het gewone brood. Het is een kwestie van een gezonde balans vinden en dat geldt ook voor kunstenaars en muzikanten. Daar is niets mis mee.”
Volgens Ton is er geen dikke subsidiestroom nodig om kunst levendig en vooruitstrevend te houden. “Amerika is daar een goed voorbeeld van. De kunstwereld daar floreert enorm, ondanks het gebrek aan subsidie. De Amerikaanse kunstenaars zorgen voor zichzelf.”

Brood verdienen
Ton herinnert zich nog goed dat commercieel denken ‘not done’ was tijdens zijn opleiding tot musicus. “Als de directeur van het Twents Conservatorium toentertijd had geweten welke kant ik uiteindelijk zou opgaan, had ik destijds flink de wind van voren gekregen.”
Maar inmiddels staat het er heel anders voor op de kunstopleidingen, weet Ton, die het als docent allemaal van dichtbij meemaakt. “Kunstopleidingen besteden steeds meer aandacht aan ondernemerschap. En je ziet ook dat studenten dit steeds meer interesseert. Ze zien het belang ervan in.”
Daarmee wordt een kunstopleiding steeds meer een opleiding voor een vak waarmee je je brood kunt verdienen. Maar het oude imago van ‘opleiden voor de bedelstaf’ zijn de kunstopleidingen toch nog niet helemaal kwijt, merkt Ton. “Dat zie je op de open dagen. Middelbare scholieren komen dan met hun ouders kijken en je ziet aan het gezicht van sommige ouders ‘ik wil dat hij dokter wordt’. Het is dan zaak om uit te leggen dat je op onze opleiding meer leert dan musiceren alleen. Daardoor kun je na de opleiding beroepsmatig meerdere kanten op.”
Vooral de laatste tien jaar zijn er steeds meer aanmeldingen voor het vak musiconomie, dat nu ook aan andere Nederlandse conservatoria wordt gedoceerd. Studenten moeten het vak musiconomie in de eerste twee studiejaren verplicht volgen en kunnen het in het derde en of het vierde jaar als specialisatie (minor) kiezen.”
Ton is ook betrokken bij ArtEZ Art Business Centre (ABC), dat studenten en afgestudeerden helpt bij het opzetten van een eigen onderneming. “Verbonden aan het ABC zijn de zogeheten ArtEZ Agency’s. Dat zijn agentschappen die optreden als intermediair in de muziekwereld. Ze worden gerund door studenten en ze bemiddelen voor hun mede-studenten. Echte bedrijven, met marktconforme prijzen.”

Te gretig
Ton vindt dat veel (beroeps)muzikanten zich niet zakelijk genoeg opstellen en te weinig als ondernemer denken en handelen. “Ik krijg contracten onder ogen die echt niet kunnen en waar de muzikant er behoorlijk bij inschiet. Ik weet dat veel muzikanten onder slechte condities opdrachten aannemen. Waarom? Ik weet het niet. Om de een of andere reden zijn veel muzikanten te gretig om klussen aan te nemen. Misschien zijn ze bang om de boot te missen. De markt weet dat en maakt daar gebruik van.”
Op zich heeft Ton er niets op tegen dat muzikanten af en toe gratis of tegen een te lage prijs klussen doen. “Je mag best dingen weggeven. Maar wees daar selectief in.” Het valt Ton ook op dat muzikanten slecht zijn georganiseerd. In het kader van zijn promotie-onderzoek heeft hij enkele veelzeggende kengetallen verzameld. “In februari 2010 waren er meer dan 27.000 intermediairs voor de muziekindustrie ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dat is één intermediair per 612 inwoners, ongelooflijk veel dus. Van die ruim 27.000 intermediairs zijn er slechts ruim 80 lid van de vakorganisatie. Dat is 0,00269 procent!”
Voor muzikanten zijn er drie vakbonden. “Maar die bevechten elkaar meer dan dat ze samenwerken in het belang van muzikanten”, vindt Ton. “Het heeft ook te maken met de verschillende bloedgroepen die je in de muziekwereld hebt, zoals klassiek en pop. Voor muzikanten zou het veel beter zijn als ze een brancheorganisatie zouden hebben, zoals je in het bedrijfsleven ook hebt. Een brancheorganisatie kan veel beter het gezamenlijke belang dienen en een echte vuist maken.”

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Email to someone

Geschreven door

Reacties (0)

Kennispartners

knowledge partners