monitoring

Monitoring

Monitoring

‘Dat wat je er niet in stopt komt er ook niet uit’

Om lekker te kunnen spelen is een prettig podiumgeluid onmisbaar. Dat kan een lastige kwestie zijn. De oplossing hiervoor wordt doorgaans gezocht in monitoring. Maar eigenlijk is dat een hulpmiddel dat juist ook weer problemen kan veroorzaken. Balans en discipline vormen de basis van een goed podiumgeluid. Daarna komt monitoring.

naamloos

“Het uitgangspunt op het podium moet eigenlijk zijn: geen monitoring”, zegt Nico Raatgever, projectmanager bij Ampco. “Als een band op het podium een goede geluidsbalans heeft, is er geen of hoogstens minimale monitoring nodig. Dat is de ideale situatie. In de praktijk zie je dat het meestal anders gaat en wordt er wel voor monitoring gekozen. Maar dan worden er vaak zoveel monitors op het podium gezet, dat je er meer last van hebt dan gemak.”
Monitoring is een hulpmiddel met veel haken en ogen. Waarom dat zo is, gaan we in dit artikel uitleggen. Uiteraard dragen we ook goede oplossingen aan, waarmee je in de praktijk van een optreden uit de voeten kan. De geraadpleegde deskundige voor dit artikel is Nico Raatgever. Momenteel is hij projectmanager bij Ampco. Daarvoor heeft hij jarenlang als geluidstechnicus gewerkt en heeft hij de monitoring gedaan voor andere Soulwax, Boudewijn de Groot, Racoon en een groot aantal andere bands.
“Racoon heeft een producer die in de oefenruimte veel aandacht besteedt aan opstelling en geluidsbalans. Ik herinner me een optreden van Racoon in Oostenrijk, waar ik de monitoring deed. De voorzieningen daar waren niet goed en we moesten ons enorm behelpen met van alles, ook met de monitoring. Maar dat laatste bleek geen enkel probleem voor de band, dankzij de goede podiumbalans. Ook in het Top 40 circuit zie je bands die hun podiumbalans uitstekend voor elkaar hebben, doordat ze vaak optreden en daardoor veel ervaring hiermee hebben.”

Minimale monitoring
Nico is een uitgesproken voorstander van minimale monitoring op het podium. Waarom eigenlijk? “Een technisch argument is dat je met veel monitors op het podium veel verschillende geluidsbronnen dicht bij elkaar hebt. De geluidsgolven uit die geluidsbronnen beïnvloeden elkaar, waardoor het geluid slechter en onduidelijker wordt. Iedere toegevoegde speaker maakt het diffuser. Ook de zang wordt moeilijker te verstaan. Door meer monitors op het podium te plaatsen, stapel je problemen.”
Met een goede podiumbalans heb je minimale monitoring nodig. Die goede podiumbalans krijg je door je de juiste opstelling van instrumenten en versterkers. “Zoek naar de beste balans zonder behulp van monitors”, adviseert Nico. “Pas daarna ga je daar waar nodig aanvullen met monitors. Daarbij is zang eigenlijk als eerste aan de beurt om via de monitor versterkt te worden. Want zang is akoestisch het zachtste geluid van de band en juist de zanger moet zichzelf goed kunnen horen.”

Discipline en ego’s
Maar niet alleen de opstelling van instrumenten en versterkers is van belang voor een goede podiumbalans. Discipline is zeker zo belangrijk. “In de praktijk zie je nogal eens dat één of enkele muzikanten de rest van de band meeslepen”, weet Nico. “Dan zet bijvoorbeeld één muzikant zijn versterker harder, waardoor de anderen zichzelf niet meer goed horen. Die draaien vervolgens hun versterkers en monitors op. Met als resultaat dat aan het eind van het optreden het podiumgeluid twee keer zo hard is als aan het begin. In muzikaal opzicht wordt het er dan zeker niet beter op.”
Gebrek aan discipline en een teveel aan ego doen de podiumbalans geen goed. “Je ziet het wel eens bij grote rockshows, waar sommige muzikanten een zekere geldingsdrang hebben. In jazzcombo’s en bigbands wordt er doorgaans nauwelijks monitoring gebruikt. Terwijl je in kleinere rockbands meer monitoring ziet. Dat is eigenlijk merkwaardig. Het heeft te maken met de manier waarop je met muziek omgaat. Ervaren muzikanten zijn geneigd om naar het geheel te luisteren. Bij minder ervaren muzikanten zie je vaak dat ze vooral zichzelf goed willen horen. De techniek wordt dan ingezet als hulpmiddel om dat voor elkaar te krijgen.”

imagesOISLDG83

Monitoring zang
Bij het instellen van het geluid op het podium zijn de drums het beginpunt. Die hebben immers het moeilijkst regelbare volume. Soms worden er plexiglas schermen om de drumkit heen gezet. Die zijn vooral bedoeld om overspraak te voorkomen (oppikken van het drumgeluid door microfoons die daar niet voor bedoeld zijn). Vervolgens wordt op basis van het drumvolume het volume van de gitaarversterker ingesteld en daarna de bas en toetsen. “Als je op één van die plekken doorschiet, gaat de rest mee”, zegt Nico. “Waardoor het tijdens een optreden steeds harder gaat.”
De zang moet boven de instrumenten uit komen. “Die zang moet voor de vocalist verstaanbaar en voelbaar zijn. Met een hard omgevingsgeluid is het voor de zang moeilijk om de melodielijn vast te houden. Je ziet wel eens zangers een vinger in hun oor stoppen. Ze hebben dan moeite om hun toonhoogte terug te horen. Dat zou eigenlijk niet moeten.”
Je ziet steeds meer zangers (en ook instrumentalisten) met in-ear monitoring. “Dat heeft zeker voordelen, maar ook nadelen”, zegt Nico. “Een belangrijk voordeel is dat je vrijwel geen last hebt van omgevingsgeluid. Bij juist gebruik heeft het ook de functie van gehoorbescherming. Maar ook in-ear monitoring vraagt discipline. De muzikanten van De Dijk zijn daar een goed voorbeeld van. Die beginnen met hun in-ear monitoring op stand nul en draaien dan bij tot ze het allemaal net voldoende horen. Het tegenoverstelde zie je nogal eens bij de zogeheten tapeshow-artiesten (zangers met orkestband). Die hebben hun in-ears soms zo hard staan, dat het risico op gehoorbeschadiging groot is. Wat eigenlijk gehoorbescherming zou moeten zijn, werkt dan precies tegenovergesteld.”

In-ear monitoring
Voor geluidstechnici biedt in-ear monitoring het voordeel dat er veel minder podiumgeluid is. “Als je bij bijvoorbeeld Ilse DeLange de PA uitzet, is het bijna muisstil op het podium”, illustreert Nico. “Dat heeft voor de geluidstechnicus het voordeel dat daardoor de zaalmix veel cleaner is, van een beheerster niveau.”
Met in-ear monitoring krijgt een muzikant een mix op zijn of haar oren die bijna van cd-kwaliteit is. Maar dit voordeel heeft tegelijk een nadeel in zich. Want de meest gehoorde klacht van muzikanten over in-ear monitoring is dat ze zich afgesloten voelen van de ruimte. Ze hebben het gevoel er niet echt ‘bij te horen’. In-ear monitoring biedt geluid met een hoge definitie, maar je mist het live gevoel.

Sennheiser in-ear 02

Om met in-ear monitoring toch een gevoel van live muziek te hebben, worden er op het podium soms zogeheten ambiance microfoons geplaatst. Deze zijn bedoeld om omgevingsgeluid op te vangen, bijvoorbeeld van het publiek. Dat geluid wordt in de monitormix opgenomen. Ook worden er wel zogeheten sidefills gebruikt. Dat zijn monitoren aan de zijkant van het podium die als het ware door de in-ear monitors heen geluid moeten toevoegen. Ook weer voor het ‘live gevoel’. “Maar het zijn allemaal lapmiddelen”, merkt Nico op. Er is overigens nog een bijzonder systeem voor in-ear monitoring. Dat is het systeem van Aviom (zie kader Monitor met zelfbediening).

Podiumbalans
Tot zover het uitstapje naar in-ear monitoring. We gaan weer terug naar de podiumbalans. Nico’s advies is om eerst je podiumbalans te checken en dan pas de monitoring in te stellen. “Is die podiumbalans niet goed? Zoek dan de oorzaken. Stel dat iedereen de gitaar overal bovenuit hoort. Dan moet die zachter. Wil de gitarist dat niet? Dan is de kans groot dat hij een egoprobleem heeft. Overigens kunnen gitaristen wel een technisch argument hebben voor hun hoge volume. Het is namelijk zo dat bepaalde gitaarversterkers pas lekker klinken als ze hard staan. Daar staat weer tegenover dat er tegenwoordig middelen genoeg zijn om een gitaarversterker goed te laten klinken, en indien gewenst ook te laten scheuren, op een relatief laag volumeniveau.”
Ook bij drummers zie je wel eens de traditie dat ze hun drumkit onnodig hard willen laten klinken. “Met name de hi-hat is heel penetrant. Die hoor je overal bovenuit. Een drummer moet daarop letten, evenals bij de keuze van zijn drumvellen. Eigenlijk zou de drummer zijn drumstel steeds moeten aanpassen aan de omstandigheden per optreden, zeker met de keuze van de bekkens”, pleit Nico.
Traditioneel staan de gitarist en de bassist aan weerszijden van de drummer. Vaak worden de drums op een drumpodium (drumriser) gezet. Dan zit de drummer wat beter in het zicht, met name voor het publiek. Maar daardoor komen de bekkens op oorhoogte voor de zanger, die daar dan veel last van heeft. In dat geval kun je er beter een plexiglas scherm voor zetten.
Ook voor blazers kan een plexiglas scherm nuttig zijn. Er bestaan speciale kleine schermpjes voor blazers, de zogeheten soundback acoustic monitor (zie ook rubriek Tips, pagina …). Die wordt op het instrument geplaatst. Dit biedt een dubbel voordeel: de blazer hoort zichzelf beter en het is prettiger voor muzikanten die vóór de blazers staan.

Monitorgeluid richten
Tot zover de podiumbalans. Stel je hebt een optreden, waarbij je over een PA speelt en er monitors op het podium staan. We bekijken het eerst vanuit de muzikant, daarna vanuit de geluidstechnicus.
“Wat voor een muzikant goed is om te weten, is dat wat je er niet in stopt er ook niet uitkomt”, zegt Nico. Hij verklaart zich nader: “Het begint bij de muzikant zelf. Besef dat als je bijvoorbeeld zacht zingt, dit gevolgen heeft voor de zang die je uit de monitor hoort. Je kunt zachte zang niet onbeperkt versterken, want je stuit dan al snel op het probleem van feedback (rondzingen). Ik beschouw de PA (en daaraan gekoppeld het monitorsysteem) als een soort vergrootglas: je kunt dingen groter maken, maar niet onbeperkt. En wat er niet is, kun je met een vergrootglas ook niet zichtbaar maken. Dat geldt ook voor geluid. Als er geen laag in de bas zit, kun je op het mengpaneel draaien wat je wil, maar je krijgt geen laag.”
Dat geldt ook voor de kwaliteit van het geluid: van een slecht podiumgeluid kun je geen goed zaalgeluid maken. Dat werkt door naar de monitoring. Ook goed om te beseffen is dat veel geluid richtinggevoelig is. Althans, dat geldt voor mid en hoog. Laag geluid is juist niet richtinggevoelig. Geluid lager dan 100 Hz gaat alle kanten op, terwijl mid en hoog recht uit de speakers komt en ook die baan blijft volgen.
Probeer daarom monitorgeluid zo goed mogelijk te richten. Het kan gebeuren dat je het monitorgeluid niet goed hoort, doordat de monitor te veel naar het plafond of naar de vloer staat gericht. Een klosje of een asbak kan dan wonderen doen en dat helpt doorgaans beter dan het harder zetten van de monitor. Een zanger moet vooral mid en hoog horen (van de zang) en dat is juist richtinggevoelig. In zang kan uiteraard ook laag zitten. Maar dat is niet richtinggevoelig en bovendien zit in geluid onder 80 Hz eigenlijk geen tooninformatie, dus geen muzikale informatie.

Muzikale informatie
We blijven nog even bij het begrip muzikale informatie. In live situaties wordt geluid nogal eens gefilterd. Dat houdt in dat bepaalde frequentiegebieden zwakker worden gemaakt (en eventueel sommie sterker), door middel van een equalizer. Dat kan uit akoestische overwegingen zijn, maar vaak is het voorkomen van feedback het belangrijkste uitgangspunt. Door de ruimtekenmerken kunnen bepaalde frequentiegebieden extra gevoelig zijn voor feedback. Die frequentiegebieden worden dan teruggedraaid.
“Dit is begrijpelijk, maar in muzikaal opzicht pakt dit niet altijd goed uit”, zegt Nico. “Stel dat je door equalizing het laag uit de bas haalt. Dat heeft tot gevolg dat je de lage E-snaar niet meer goed hoort. Waardoor je het idee krijgt dat de bas te zacht staat. Zorg ervoor dat het hele geluidsspectrum even hard is, anders mis je muzikale informatie. Er is dan geen tooninformatie meer, ook al staat het volume hoog. Equalizing kan een goed hulpmiddel zijn, maar bij onjuist gebruik krijg je een hard en arm geluid.”
Veel monitorproblemen zijn te voorkomen als muzikanten en technici goed met elkaar communiceren. Maar dat verloopt niet altijd vlekkeloos, weet Nico. “Je ziet bij muzikanten nogal eens wantrouwen jegens geluidsmensen. Tot op zekere hoogte is dat begrijpelijk, want geluidsmensen kunnen soms arrogant zijn: ‘ik weet hoe het werkt, het zijn mijn spullen en ik bepaal hoe het allemaal gebeurt’. Gelukkig zie je deze houding steeds minder. Terecht, want een geluidstechnicus is een dienstverlener voor de muzikant en het publiek. Daar kom je voor, niet voor het mengpaneel.”

Aviom 02

De monitortechnicus
We gaan uit van een wederzijdse welwillendheid tussen muzikant en technicus. Hoe kunnen ze het beste met elkaar omgaan? “Stap als muzikant op de technicus af, stel jezelf voor en zeg welk instrument je speelt”, adviseert Nico. “Leg vervolgens duidelijk uit wat je wil horen op je monitor. Maar weet wel wat je wil horen. Bijvoorbeeld zang, beetje keyboard en een beetje gitaar. De complete mix op je monitor horen is doorgaans niet handig. Beperk het tot drie of vier dingen. Bij de monitorcheck is het dan even de balans zoeken en dan ben je klaar.”
Bij kleinere optredens wordt de monitormix meestal vanaf de zaalmixer geregeld. Bij grotere optredens zie je vaak een monitortechnicus op het podium, die de monitors via een speciale monitormixer bedient. Een monitortechnicus vergemakkelijkt de communicatie met de muzikant.
“Een monitortechnicus is eigenlijk meer psycholoog dan technicus”, merkt Nico op. “Een goede technicus kan zien of een muzikant op het podium lekker in zijn vel zit of niet. Het podiumgeluid speelt daarbij een belangrijke rol, want met een slecht podiumgeluid is het moeilijk muziek maken. Ook moet de technicus met een ‘muzikale bril’ naar de band kijken. Zo moet bijvoorbeeld het keyboard in het ene nummer harder dan in het andere, afhankelijk van de muzikale rol van dit instrument. De technicus moet daarin ‘meeschuiven’. En het is beter om hierin te anticiperen dan te wachten tot de muzikant erom vraagt.”
Muzikanten en technici kunnen onderling ook seintjes afspreken. “Zo heeft Boudewijn de Groot wel tien verschillende gezichtsuitdrukkingen om aan te geven hoe hij het monitorgeluid wil hebben”, herinnert Nico zich.

Tip voor toetsenisten
Toetsenisten werken vaak met zogeheten presets. De volumes van die presets kunnen soms fors verschillen, waardoor je een soort jojo-effect krijgt als je van de ene naar de andere preset schakelt. En je maakt het lastig voor de geluidstechnicus. Check eens hoe groot de volumeverschillen zijn tussen de door jou gebruikte presets en probeer de grote verschillen enigszins te verminderen, door de instellingen van die presets aan te passen.

Monitor met zelfbediening
Een bijzonder monitorsysteem is het Aviom Pro16 Monitor Mixing Systeem. Daarbij beschikt iedere muzikant over een eigen 16-kanaals mixer met daaraan gekoppeld een in-ear systeem, waarop hij zijn monitormix geheel naar eigen wens kan instellen.

Aviom 01

Deze mixertjes zijn via een ethernetkabel verbonden aan een digitale hoofdmixer. Dat scheelt een dikke multikabel. “Het werkt prima”, aldus Nico. “Wel geeft het wat meer kabels op het podium en het biedt minder uitdaging voor de monitortechnicus. En het aantal kanalen is beperkt tot maximaal 16. Dat betekent soms dat je groepen moet maken.” Het systeem van Aviom wordt vooral gebruikt in tv-studio’s.
Ook bij klassieke orkesten zie je wel eens dat de muzikanten in-ear monitoring hebben. In principe heeft een klassiek orkest door zijn opstelling geen monitoring nodig, maar dat wordt anders als er wordt gespeeld op bijzondere locaties of als er een popband meespeelt. Het bedrijf daCapo is gespecialiseerd in in-ear monitoring voor orkesten. Iedere muzikant heeft een eigen kastje, waarmee de in-ear kan worden ingesteld. Zo kan een violist bijvoorbeeld drie volumes instellen: het totaal, de groep en het eigen instrument.
Tot zover monitoring. Wellicht heb je aantal besproken zaken herkend. Het laatste woord zal er zeker niet over gezegd zijn. Want het is en blijft een lastig verhaal doordat het gaat om een samenspel van discipline, ego’s, muzikaliteit én techniek. Maar mocht je een volgende keer het volume van je versterker of monitor opdraaien (of je ziet een medemuzikant dit doen), denk dan nog eens aan dit artikel.

 

Met dank aan Nico Raatgever, projectmanager bij Ampco (www.ampco.nl).

 

 

 

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Email to someone
Fred Meijer

Geschreven door

Fred Meijer, redacteur Bandcoach Magazine

Reacties (0)

Gerelateerde artikelen

Kennispartners

knowledge partners