_K8X1843

Kabels en pluggen voor geluid

Kabels en pluggen voor geluid

 

Kabels en pluggen: Bron van ellende of goed geluid

Vrijwel iedere muzikant heeft er mee te maken: kabels en pluggen voor geluidsoverdracht.  Als er op het podium geen of slecht geluid uit een apparaat komt, ligt dat meestal aan de kabel of plug. Je kunt dus veel ellende voorkomen door deze spullen in orde te hebben. In de Bandcoach Techniek bespreken we de meest gebruikte pluggen en de belangrijkste zaken met betrekking tot geluidskabels.

 

Jackplug mono (‘monojack’)

_K8X1754

De jackplug mono wordt meestal kortweg monojack genoemd. Een andere naam is de ¼” phone plug. Het cijfer 1/4″ staat voor ¼ inch doorsnede (6,35 mm). Vroeger werden deze pluggen in telefooncentrales gebruikt om lijnen ‘door te prikken’. Toen er behoefte kwam aan instrumentpluggen voor bijvoorbeeld elektrische gitaar, pakte men deze plug en daarmee was de jackplug als instrumentplug geboren. Er bestaat ook een kleinere variant: de minijack (zie foto), met 3,55 mm doorsnede. Maar die is minder stevig en handig. Die kom je op het podium dan ook niet vaak tegen.

_K8X1760

De monojack wordt vooral gebruikt voor gitaar, bas, keyboard en als luidsprekerplug. Voor stereo-instrumenten zoals keyboards gebruik je doorgaans twee monokabels: één voor het linkerkanaal en één voor het rechterkanaal.

Jackplug stereo (‘stereojack’)
De jackplug stereo wordt meestal kortweg stereojack genoemd (voor andere benamingen: zie jackplug mono). Het verschil tussen een monojack en stereojack is gemakkelijk te zien. De monojack heeft één zwarte ring die de jack in tweeën verdeelt. Het lange stuk heet sleeve, het uiteinde heet tip. De stereojack heeft twee zwarte ringen, die de jack in drieën verdeelt: sleeve-ring-tip.

_K8X1767

De tip en de ring geven het geluidssignaal door. De sleeve staat in contact met de afscherming binnenin de kabel (zie tekstblok over kabels) en die afscherming staat weer in contact met de aarde.
De stereojack wordt op koptelefoons gebruikt en soms voor gebalanceerde in- en uitgangen (zie tekstblok over gebalanceerd signaal). Een bijzondere toepassing van de stereojack is de zogeheten insert. Je prikt een stereojack in een speciaal hiervoor bestemde in/uitgang op bijvoorbeeld een mengpaneel. Via de tip gaat het signaal dan naar bijvoorbeeld een effectapparaat om (met effect) via de ring weer terug te komen in het mengpaneel. 

XLR-plug
Voor vrijwel alle microfoonverbindingen wordt de XLR-plug gebruikt. En zo ook voor bijna alle andere gebalanceerde verbindingen (zie tekstblok over gebalanceerd signaal). En verder als signaalplug naar actieve geluidsboxen. Dat is een luidsprekerbox met ingebouwde versterker.

_K8X1790

Belangrijk voordeel van de XLR-plug is dat hij bij bevestiging vastklikt. In de XLR-plug zitten drie pennen. Twee voor het geluidssignaal en één die in contact staat met de afscherming binnenin de kabel. Die afscherming staat weer in contact met de aarde. Het gebruik van de XLR-plug is wereldwijd gestandaardiseerd. Het mannetje (met uitstekende pennetjes) is altijd de uitgang, het vrouwtje (met de gaatjes) is altijd de ingang.

_K8X1784

Althans, dat geldt voor geluidssignaal. Bij digitale aansturing van lichteffecten worden ook vaak XLR-pluggen gebruikt en daar is het net andersom.

Combo-ingang
Soms kom je combo-ingangen tegen. Daar kan zowel een jackplug als een een XLR-plug in. Doorgaans zijn deze ingangen gebalanceerd (zie tekstblok over gebalanceerd signaal). Gebruik je dan een monojack, dan maak je het signaal ongebalanceerd. De kans op storingen wordt daardoor groter.

_K8X1850

Gebalanceerd signaal
Een audiosignaal dat door een kabel loopt, kan storingen oppikken. Dit probleem is voor een groot deel te verhelpen door er een zogeheten gebalanceerd signaal van te maken. Dat werkt als volgt. Bij de uitgang wordt het signaal gesplitst in twee signalen. De fase van signaal B wordt gekanteld: het komt in tegenfase van signaal A. Dat houdt in dat het wordt gespiegeld aan de fase van signaal B (zie illustratie).
Via een XLR-plug of stereojack worden de beide signalen (ieder door een eigen ader) door dezelfde kabel gevoerd. Onderweg kunnen beide kabeladers een storing oppikken. In tegenstelling tot het audiosignaal is de storing in ader A niet in tegenfase van de storing in ader B, dus niet gespiegeld. Zijn de audiosignalen A en B in het ontvangsapparaat aangekomen, dan wordt signaal B in fase weer teruggekanteld. Het geluid is weer compleet. Maar de storing in signaal B kantelt mee. En daardoor komt de storing van signaal A in tegenfase van signaal B (dus gespiegeld), waardoor ze elkaar als het ware uitdoven. De illustratie maakt dit duidelijk.
Het beste is om een gebalanceerde uitgang via een XLR-plug of stereojack aan te sluiten op een gebalanceerde ingang. Dan maak je minder kans op storingen. Je kunt overigens prima een gebalanceerde uitgang op een ongebalanceerde ingang aansluiten (en andersom). Dat is op zich geen probleem, maar je mist dan wel het voordeel van een gebalanceerd signaal. Je maakt er dan gewoon een ongebalanceerd signaal van. Datzelfde geldt als je een gebalanceerde in- en uitgang op elkaar aansluit met bijvoorbeeld monojacks.

Tulp- of RCA-plug 
De tulp- ofwel RCA-plug wordt vooral gebruikt voor hifi-installaties en het aansturen van beamers. Hij is niet bedoeld om vaak in- en uitgeplugd te worden, daar is hij niet tegen bestand. Tulp/RCA-pluggen kom je wel eens tegen in kleine inbouwmengpanelen. Wat men dan vaak doet, is het plaatsen van een frontpaneel met (de veel robuustere) XLR-ingangen en die verbinden met de tulp/RCA in- en uitgangen. Dan kan er toch vaak in- en uitgeplugd worden, zonder dat er slijtageproblemen ontstaan.

_K8X1795

Speakon-plug
De speakon-plug is dé standaard voor luidsprekeraansluitingen. In de speakon-plug zit een zogeheten mesverbinding, waarbij metalen stripjes tegen elkaar aan komen om zo het audiosignaal door te geven. Daardoor ontstaat een groter contactoppervlak, wat gunstig is voor het signaal. Zo kan zonder problemen een groot geluidsvermogen worden overgebracht. Zou je bij een groot vermogen bijvoorbeeld een XLR-plug gebruiken, dan zouden de contacten verbranden. Afhankelijk van het aantal strips kan een speakon-plug twee-, vier- of achtvoudig zijn.
Je vergrendelt de speakon-plug met een draaibeweging. Met die draaibeweging breng je ook de strips tegen elkaar. De speakon-plug biedt dus een gecombineerd voordeel: hij kan grote vermogens aan en is vergrendeld. Naast speakon heb je ook de EP-connector. Dat is eigenlijk een grote uitvoering van de XLR-plug, die meer vermogen aan kan dan de gewone XLR-plug.

_K8X1863

DI-box
De DI-box maakt van een ongebalanceerd signaal een gebalanceerd signaal, waardoor het signaal minder gevoelig wordt voor storingen (zie tekstblok over gebalanceerd signaal). Hij heeft een jack-ingang en een XLR-ingang. De uitgang is XLR. De DI-box biedt nog een voordeel: je kunt er zogeheten aardlussen mee verbreken, die een brom op het geluid kunnen veroorzaken. Maar daarover meer in een volgende aflevering over elektriciteit.

_K8X1859

Welke kwaliteit plug?
Treed je heel vaak op en moet je je apparatuur dus vaak in- en uitpluggen, dan is het wijs om voor een zeer goede kwaliteit pluggen te kiezen. Het bekendste merk daarin is Neutrik. Dat zijn pluggen die helemaal van metaal zijn gemaakt. Maar ze zijn wel prijzig en Neutrik levert alleen losse pluggen. De kabel moet je er dus zelf aan solderen of het door iemand laten doen. Daar wordt het nog weer duurder van. Het schijnt wel dat het kabelmerk DAP plannen heeft om hun kabels compleet met Neutrik-plug op de markt te gaan brengen. Treed je niet zo vaak op? Dan kun je prima met een mindere kwaliteit plug uit de voeten. Die kun je geconfectioneerd kopen (kant-en-klaar met kabel eraan). Zorg er wel voor dat je altijd voldoende reserve-kabels bij je hebt, dan kan er niets misgaan.

Welke kwaliteit kabel?

_K8X1816

Voor keyboard speelt de kwaliteit van de kabel een minder belangrijke rol dan voor gitaar en bas. Dat komt doordat een keyboard een laagohmige uitgang heeft oftewel een lage impedantie. Het begrip impedantie wordt in een volgende aflevering besproken.
Gitaar- en basversterkers hebben een hoogohmige ingang (hoge impedantie). Dat heeft tot gevolg dat het signaal van gitaar en bas gevoeliger zijn voor de kwaliteit en de lengte van de kabel. Als een kabel te lang en/of kwalitatief te slecht is, gaat hij werken als een zogeheten hoog-af filter: hij filtert het hoog weg, waardoor het geluid dof wordt.
Rond de aders binnen een kabel zit een afscherming. Die afscherming zit als een mantel om de binnenkabels heen en staat in verbinding met de aarde. Hij is bedoeld als bescherming tegen elektromagnetische signalen, die storing in het geluid kunnen veroorzaken.
Voor goedkope kabels geldt doorgaans dat de afscherming binnenin de kabel minder betrouwbaar is. Bij deze kabels zit de mantel als het ware gedraaid (‘getwist’) om de aders. Bij veelvuldig gebruik van een kabel kan die mantel breken of tussen de aders kruipen. De bescherming is dan weg. Bij duurdere kabels is de mantel gevlochten, wat sterker is en ervoor zorgt dat de mantel beter op zijn plek blijft zitten. Je kunt de conditie van een kabel checken door hem aan te sluiten en vervolgens op en neer te slingeren: hoor je dan gekraak, dan weet je dat hij niet in orde is.

Tot aan het stageblock

_K8X1879
Speel je over een PA, dan leggen de geluidsmensen doorgaans een zogeheten stageblock op het podium. Daarin zit een groot aantal ingangen, meestal XLR. Vanaf het stageblock loopt een multikabel (met een groot aantal aders) naar bijvoorbeeld de mengtafel in de zaal.
De ongeschreven code is dat iedere muzikant verantwoordelijk is voor zijn of haar spullen tot aan het stageblock. Heeft je instrument jack-uitgangen? Zorg er dan voor dat je (voldoende lange) kabels hebt met aan één kant een jack en aan de andere kant een XLR, om daarmee in het stageblock te prikken. Of zorg dat je je eigen DI-boxen bij je hebt. Zodat je met een jack-jack kabel naar de DI-box kunt en van daaruit met XLR-XLR kabel naar het stageblock. Daar doe je geluidsmensen een groot plezier mee.

_K8X1883

Check je spullen
Als er op het podium geen of slecht geluid uit een apparaat komt, ligt dat meestal aan de kabel of plug. Je kunt dus veel ellende voorkomen door deze spullen in orde te hebben (en reservekabels achter de hand te hebben). Loop af en toe op een regenachtige zondag al je kabels na. Schroef ze uit elkaar, kijk of alles nog goed vastzit en houd ze aan de kabeltester. Die is voor weinig geld in de winkel te koop.

 

Met dank aan Hans Soeterbroek, technicus bij Mill Music (www.mill-music.nl)

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Email to someone
Fred Meijer

Geschreven door

Fred Meijer, redacteur Bandcoach Magazine

Reacties (0)

Gerelateerde artikelen

Kennispartners

knowledge partners