_IZF9352

De trompet deel 1

De trompet deel 1

Melodisch in de hoogste tonen

In de jazz is de trompet één van de bekendste instrumenten. In de popmuziek maakt de trompet vaak onderdeel uit van de blazerssectie. Er zijn ontelbaar veel popnummers met blazerspartijen en daar zit bijna altijd wel een trompet in. De trompet is een oud instrument, dat zich in de muziek van nu uitstekend staande weet te houden.

 

De trompet is een blaasinstrument en hoort tot de familie van de koperblazers. Het is een instrument waarvan de geschiedenis zo’n 4.000 jaar teruggaat. Vandaag de dag kom je de trompet in veel muziekstijlen tegen: de klassieke muziek, de jazz en de popmuziek. In de jazz zie je de trompet in bigbands en in kleine formaties. In de popmuziek is de trompet vaak één van de instrumenten van een blazerssectie, bijvoorbeeld met saxofoon en trombone. In zo’n blazerssectie neemt de trompet doorgaans de hoogste noten voor zijn rekening en dat is vrijwel altijd de melodielijn.

_IZF9426

“Het mooie van de trompet is dat je er alle kanten mee op kunt”, zegt trompettist Erik Veldkamp. “Voor mij functioneert de trompet als een zangstem, waarmee ik alle klanken kan maken die ik wil en waarin ik veel gevoel kan leggen. Je kunt ‘knetterhoog’ en hard spelen, maar ook heel lyrisch en zacht. Dat gevarieerde spreekt mij enorm aan in de trompet. Als ik thuis oefen, speel ik tegenwoordig voornamelijk klassieke etudes en oefeningen. Maar tijdens optredens speel ik meestal leadtrompet (eerste trompet) en jazzimprovisaties.” Erik Veldkamp speelt al sinds zijn vroege jeugd trompet en mag worden gerekend tot de beste leadtrompettisten van Nederland. Hij is leadtrompettist bij onder meer The Glenn Miller Orchestra en speelt daarnaast als freelancer bij diverse orkesten in binnen- en buitenland. Aan het begin van zijn conservatoriumstudie switchte hij van klassiek naar lichte muziek. Beroepsmatig heeft hij ook voor de lichte muziek gekozen. “In een klassiek orkest spelen heeft me nooit echt getrokken, omdat je als trompettist in een klassiek orkest vrijwel nooit het hele stuk meespeelt en dus veel zit te wachten. Daarbij is mijn rol in de bigband veel belangrijker: als leadtrompettist ben je eigenlijk de concertmeester van het orkest.”

Boomschors en schelpen
Zoals gebruikelijk in deze rubriek duiken we eerst even in de geschiedenis van het instrument. Die van de trompet gaat heel ver terug. De primitieve voorlopers van de trompet bestonden al 2.000 jaar voor Christus. De trompet zal zijn ontstaan toen mensen erachter kwamen dat zij geluid konden maken op materialen als schelpen en holle buizen. De eerste trompetachtige instrumenten werden vervaardigd uit onder meer boomschors, schelpen, hoorn, uitgehold ivoor, botten, takken en bamboe.
Men gebruikte deze instrumenten bijvoorbeeld tijdens ceremonies, in allerlei rituelen en voor het seinen van berichten. Eén van de oudste bronnen die melding maakt van trompetten is de Bijbel. Dit waren de zogeheten bazuinen: rechte, zilveren trompetten van zo’n vijftig centimeter lengte. De oude Egyptenaren kenden soortgelijke instrumenten._IZF9308
Tijdens de vroege middeleeuwen komt in het westen van Europa de trompet bijna niet meer voor. De islamitische wereld kent de trompet wel en via de kruistochten komt de trompet in de tiende en elfde eeuw weer terug naar Europa. Rond 1300 is de trompet het belangrijkste instrument voor oorlogsvoering (voor signalen), feesten en toernooien. Ook wordt er in die tijd al meerstemmige muziek voor blaasinstrumenten geschreven.
In de vijftiende eeuw ontstaan gebogen trompetten, waarvan de buis wel twee meter lang kan zijn. Ze worden uitschuifbaar gemaakt (bij de mondpijp), zodat chromatisch spelen (alle noten) mogelijk wordt. Daarvoor konden alleen de zogeheten natuurtonen op een trompet worden gespeeld.

Zacht en zuiver
In de barok (1600 tot 1750) wordt de trompet steeds meer gebruikt in de kunstmuziek en maakt het instrument een bloeiperiode door. Trompettisten moeten leren zacht en zuiver te spelen, om goed te kunnen mengen met bijvoorbeeld de violen. Dat betekent dat ze het embouchure (‘blaastechniek’) moeten verbeteren. In deze tijd wordt de trompet steeds lichter en wordt het geluid steeds helderder.
In de late barok en daarna wordt de trompet steeds meer gebruikt als tutti-instrument (klankvorming samen met andere instrumenten). Trompettisten moeten steeds meer in verschillende stemmingen gaan spelen. Daardoor moeten ze inventiever worden en moeten instrumentbouwers nieuwe trompetten ontwerpen. Er worden verschillende uitvindingen gedaan, maar meestal gaan die ten koste van de klank.
De grote doorbraak komt van de Duitse instrumentbouwers Stölzel en Blühmel, die in 1815 de trompet voorzien van ventielen (zie kader over anatomie van trompet). Deze doorbraak is belangrijk voor alle koperblaasinstrumenten. Dankzij de ventielen (de trompet heeft er drie) kan het instrument chromatisch worden bespeeld en blijft de goede klank behouden over het hele register.
In 1839 verbetert de Fransman François Perinet het ventiel, door het rond te maken (het was eerst vierkant) en meer luchtdicht. Ook de Belg Adolph Sax (van de saxofoon) drukt een duidelijk stempel op de ontwikkeling van de blaasinstrumenten.
Tot op de dag van vandaag wordt de trompet gebruikt in de klassieke muziek. Toen aan het begin van de twintigste eeuw de jazz opkwam, wist de trompet daar al snel een plek te veroveren. Datzelfde geldt voor de popmuziek.

Verschillende stemmingen
Trompetten zijn in alle stemmingen verkrijgbaar. In fanfares en in de lichte muziek worden meestal trompetten gebruikt in een Bb-stemming, de zogeheten Bb-trompet. Speel je hierop de noot c, dan hoor je een bes (dus een toon lager). De Bb-trompet is de grootste trompet en heeft daardoor de volste klank. _IZF9405
Doordat de meeste trompettisten op een Bb-trompet spelen, zeker in de jazz, staan veel stukken waarin een blazerssectie meespeelt in de toonsoorten F, Bb en Eb. Dat zijn de toonsoorten met één of meerdere mollen aan de sleutel. Deze toonsoorten zijn voor koperblazers prettig om te spelen, omdat ze vooral met de eerste twee ventielen worden gespeeld. De ventielen worden bediend met de wijsvinger en de middelvinger, die gemakkelijk onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. Stukken met kruizen aan de sleutel zijn lastiger voor koperblazers, omdat hierin het derde ventiel vaker wordt gebruikt. Dat ventiel wordt bediend met de ringvinger. De spieren van de ringvinger zitten vast aan de spieren van de pink. Die pink zit doorgaans om de pinkhaak, waardoor het lastiger wordt om de ringvinger te bewegen. Om die reden kiezen trompettisten er ook wel eens voor om de pinkhaak niet te gebruiken. Hoe dan ook, koperblazers gebruiken het liefst zo weinig mogelijk hun ringvinger, dus het derde ventiel.
De componisten in de klassieke muziek houden minder rekening met de trompettisten. Dat betekent dat deze trompettisten regelmatig transponerend moeten lezen, dus in een andere toonsoort moeten spelen dan er staat. Maar daar zijn deze trompettisten heel bedreven in, of ze nemen een trompet in een andere stemming zoals een piccolo trompet in A.
In de popmuziek kom je nogal veel kruizen-toonsoorten tegen, omdat gitaristen (vaak de componist) het liefst in E of A spelen.

Trompetfamilie
De trompetfamilie is vrij uitgebreid, doordat er voor iedere stemming een trompet is. Een bijzonder model is de piccolotrompet, het kleinste model uit de trompetfamilie. Hij is onder meer te horen in het nummer Penny Lane van The Beatles.
Dan zijn er nog twee koperblaasinstrumenten die nauw verwant zin aan de trompet en daardoor eigenlijk ook tot de trompetfamilie mogen worden gerekend. Dat zijn de bugel en de cornet (zie foto’s). Speeltechnisch zijn de trompet, bugel en cornet eigenlijk hetzelfde. De bugel is groter en heeft een wijdere beker (meer konisch), waardoor hij een rondere en warmere klank heeft dan de trompet. Konisch betekent dat de buis langzaam wijder wordt, een cilindrische buis heeft van begin tot eind dezelfde diameter.
De cornet lijkt kleiner dan de trompet, maar is qua buizenlengte even lang. Hij is alleen compacter (meer bochten) en is meer konisch gebouwd. Door beide factoren klinkt hij ronder dan de trompet, maar minder rond dan de bugel. Dan is er ook nog de schuiftrompet , soms in combinatie met ventielen. Deze trompet zie je echter niet zoveel.dempers
Wat je wel geregeld ziet, is het gebruik van dempers (mutes). Die dempen het geluid en ze veranderen de klankkleur. Het gebruik van een demper is meestal een keuze van de componist. In de begeleiding van solisten wordt ook vaak voor een demper gekozen, omdat de solist er dan beter uitkomt.

Luister naar de groten
Wat kun je als trompettist doen om het beste uit jezelf te halen? “Verdiep je in de materie”, adviseert Erik. “Ken de namen van de grote trompettisten van vroeger en nu (zie kaders). Bestudeer het beeld- en geluidsmateriaal van die trompettisten. Je hoeft ze niet exact te imiteren, maar je weet dan wel waar het vandaan komt. Voor mij is Jan Oosthof (de eerste trompettist van het Metropole Orkest) het grote voorbeeld geweest voor wat betreft timing, frasering enzovoorts. Goede voorbeelden van leadtrompettisten zijn onder andere Snooky Young (van de bigband van Count Basie) en Conrad Gozzo, die vrijwel alle trompetpartijen voor Frank Sinatra heeft ingespeeld. Zoals Gozzo klinkt, zo moet een leadtrompet klinken.”
Wat adviseert Erik aan trompetspelers die in een popband spelen? “Ook voor hen geldt: luister naar de grote voorbeelden in de popmuziek. Schrijf voor jezelf uit wat ze spelen en luister hoe ze het spelen, met name naar de frasering. Probeer vervolgens de uitgeschreven partijen zelf te spelen en probeer daarna met de opnames mee te spelen. Je kunt ook uitgeschreven partijen via internet krijgen. Maar het is eigenlijk beter om het zelf uit te zoeken. Dan blijft het beter hangen.”
Een informatieve website is www.lastudiomusicians.org. Daar staan alle grote trompettisten uit de studioscene van Los Angeles.

De anatomie van de trompet
Een trompet is gemaakt van een legering van zink en koper, doorgaans in een verhouding van ongeveer 70 procent zink en 30 procent koper. Hoe meer zink, des te helderder klinkt de trompet. Hoe meer koper, des te warmer._IZF9345
De meeste trompetten zijn ventieltrompetten. De oorspronkelijke trompet is de natuurtrompet, die overigens nog wel in de klassieke muziek wordt gebruikt. Op een natuurtrompet kun je alleen de zogeheten natuurtonen spelen. Dat doe je met behulp van je embouchure (‘blaastechniek’). Hoe hoger je komt op een natuurtrompet, hoe dichter de natuurtonen bij elkaar liggen. De natuurtonen op een in C gestemde trompet zijn c-g-c-e-g enzovoorts (dus de grondton, reine kwint en grote terts).
Door de uitvinding van het ventiel kan met de trompet chromatisch (alle twaalf tonen) worden gespeeld, met behoud van het klankkarakter over het hele register.
De ‘truc’ van een ventiel is dat hij de buis iets verlengt, dus een soort kleine omleiding creëert voor de langsstromende lucht. Hoe groter de verlenging, des te lager de trompet klinkt. Een trompet heeft drie ventielen. Het eerste ventiel verlaagt de trompet met een hele toon (een C wordt een Bb, een G wordt een F). Het tweede ventiel met een halve toon en het derde ventiel met anderhalve toon. Door de combinatie van embouchure (natuurtonen maken) en het indrukken van de ventielen kan een trompettist alle tonen spelen uit ons twaalftonige stelsel.

Het mondstuk
Mondstukken voor de trompet zijn er in veel varianten. De keuze van het mondstuk hangt onder meer van welke klank je met de trompet wilt voortbrengen. Dat kan variëren van rond en vol tot schel en penetrant. Op de video worden diverse mondstukken gedemonstreerd. Op de foto’s hiernaast zie je verschillende mondstukken.

Met dank aan Erik Veldkamp, leadtrompettist en arrangeur. Op Erik’s uitgebreide website (www.erikveldkamp.nl) vind je veel informatie en ook een aantal artikelen die Erik heeft geschreven.

 

 

 

 

 

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Email to someone
Fred Meijer

Geschreven door

Fred Meijer, redacteur Bandcoach Magazine

Reacties (0)

Gerelateerde artikelen

Kennispartners

knowledge partners