Osaka Monaurail with Marva Whitney. Possibly the most polite and humble soul/funk orchestra to date.

De blazerssectie

De blazerssectie

Een blazerssectie geeft extra sound en presentatie

De instrumenten die je het meest ziet in blazerssecties zijn trompet, saxofoon en trombone. De grootte van een blazerssectie varieert veelal van twee tot vijf blazers. Een trompettist en een saxofonist vormen tezamen al een sectie. Als hier een derde blazer aan wordt toegevoegd, zal dat vaak een trombonist zijn, omdat die meer diepte geeft aan de sound.

 

Wat je veel ziet, is de vijfkoppige blazerssectie: eerste trompet, tweede trompet, altsaxofoon, tenor of baritonsaxofoon en trombone. Doorgaans heeft iedere blazer zijn eigen partij, zodat je een meerstemmig geheel krijgt. Met goede arrangementen kan dat heel fraai klinken. Als er lange tonen worden gespeeld, geeft dat een mooi klanktapijt. Vaak speelt de blazerssectie accenten, die de muziek iets puntigs geven en swingend maken. Die accenten worden ritmisch vaak ‘interessant neergelegd’, met bijvoorbeeld veel syncopische noten (‘buiten de tel’).

2738793420_bd047665e7_oAls dat strak wordt gespeeld, voegt dat veel extra’s toe aan een nummer. De formidabele blazerssecties van Earth, Wind & Fire, Chicago, Tower of Power en Seawind Horns zijn daar sprekende voorbeelden van. De blazerssectie speelt vaak een melodie die een nummer herkenbaar maakt. Een voorbeeld daarvan is het intro van In the stone van Earth Wind & Fire.

Kwestie van muziekstijl
De keuze wel of geen blazerssectie in een band is vooral een kwestie van muziekstijl. In de rock zul je niet snel een blazerssectie tegenkomen. In de blues zie je het nog wel eens. Kom je meer richting soul, disco, funk, swing en aanverwant, dan is een blazerssectie eigenlijk een must. “In principe zou je de blazerspartijen ook door een toetsenist kunnen laten spelen”, zegt trompettist Martin Hiddink. “Maar heeft toch niet het elan van een echte blazerssectie. Een keyboard heeft minder attack en heeft niet dat spetterende en energieke dat een blazerssectie heeft. Voorwaarde is wel dat de blazerssectie echt met intentie speelt. Anders komt er niet uit wat erin zit. Je merkt ook dat het publiek het op prijs stelt dat er een blazerssectie is. ‘Lekker, echte blazers’ is een reactie die ik nog wel eens hoor. Een blazerssectie geeft een band iets extra’s, zowel in klank als in presentatie.” Overigens zijn er ook ‘blazersachtige’ partijen die juist wel door een synthesizer moeten worden gespeeld, weet Martin. “Bijvoorbeeld het intro van The Final Countdown van Europe. Of het intro van Jump van Van Halen. Dat klinkt oubollig als je dat met een blazerssectie speelt. Het wordt wel gedaan, maar het is echt af te raden. Die intro’s zijn te soundgebonden.”

Als één blok
We noemden al dat een blazerssectie ‘met intentie’ moet spelen, anders voegt de sectie niet dat energieke toe aan de muziek waarvoor hij juist bedoeld is. “Veel blazers zijn opgeleid in de harmonie of de fanfare”, zegt Martin. “Dat is een heel andere manier van muziek maken dan in een popsectie. Niet alle blazers zijn zich hiervan bewust. Het gevolg kan zijn dat een band niet echt tevreden is over zijn blazerssectie, maar niet goed de vinger op de zere plek kan leggen.”


‘…Het begin én einde van alle tonen

moeten strak zijn…’


Waarom klinkt de ene sectie beter dan de andere? Martin legt uit. “Dat zit hem onder meer in de ‘opvatting’ van de blazers, zoals dat heet. Alle blazers van een sectie moeten met dezelfde opvatting spelen. Ze moeten bij iedere noot als één blok denken en spelen. Zodat iedere noot op hetzelfde moment begint én (zeker zo belangrijk) op hetzelfde moment eindigt. Ook de articulatie en het leggen van accenten moeten door iedere blazer op dezelfde manier worden gedaan. De regel is dat de blazers hierin de leadtrompettist volgen. Hij is degene die bepaalt hoe de noten gespeeld worden. Als de andere blazers goed volgen, heb je een strakke blazerssectie.”
Het begin én einde van alle tonen moeten dus strak zijn. “Bij een niet-strakke blazerssectie zit het probleem veelal niet in de begins van de noten, maar juist in de eindes”, weet Martin. “Er zijn best veel blazerssecties die hun tonen niet goed afsluiten. Door ervaring, door veel met elkaar te spelen en door goed naar elkaar te luisteren, is dit te verbeteren. Verder moeten alle blazers de leadtrompettist goed volgen en gewoon accepteren dat hij of zij op het podium de ‘muzikale baas’ is. Tijdens repetities is er tijd en gelegenheid voor discussie. Tegelijk geldt voor de leadtrompettist dat hij een muzikale opvatting moet hebben waarin de meeste andere blazers zich kunnen vinden en dat hij consequent moet spelen.”

Wederzijds begrip
Wat haalt een band zich op de hals als besloten wordt een blazerssectie in huis te halen? “Niet iedere band overziet de gevolgen daarvan”, antwoordt Martin. “Je haalt een aparte groep muzikanten binnen, die veelal opereren als een eenheid. Vaak delen ze dezelfde opvatting over bijvoorbeeld muziek maken, de manier van werken en het functioneren binnen een band. Die opvatting hoeft niet altijd overeen te komen met die van de andere muzikanten. Dat kan problemen geven.”
Toch zijn die problemen te voorkomen met wederzijds begrip. Het helpt al veel als je elkaars muzikale achtergrond kent en beseft dat muziek maken in een blazerssectie een andere manier van muziek maken is dan bijvoorbeeld als drummer, bassist, gitarist of toetsenist.
Laten we eens in die verschillen duiken. “Neem bijvoorbeeld de te spelen muziek”, zegt Martin, die naast trompettist ook gitarist en zanger is. “De andere muzikanten in de band hebben individuele partijen, die ze vaak zelf uitzoeken. Dat geldt niet voor de blazerssectie. Die krijgen een door iemand uitgewerkt arrangement, waarin iedere noot vastligt. Een blazer mag niet afwijken van zijn partij, anders klopt het arrangement niet. Wat op papier staat, moet door de blazerssectie exact zo worden gespeeld. Meestal hebben de blazers die partijen op papier voor zich, zowel tijdens repetities als optredens.”3494991268_206f814ba6_o
Dat is een heel andere manier van muziek maken dan bijvoorbeeld drummen en bas spelen. “De andere muzikanten kunnen meer op gevoel en geheugen spelen en hebben doorgaans geen partijen op papier voor zich tijdens optredens. Ook heeft bijvoorbeeld een gitarist of bassist de vrijheid om hier en daar af te wijken van de originele partij. Zo lang dat muzikaal verantwoord gebeurt en het past binnen de stijl, levert dat geen enkel probleem op. Blazers in een blazerssectie kunnen het zich echter niet veroorloven om te variëren.”

Altijd van papier
Sommige muzikanten ergeren zich aan het feit dat blazers vrijwel altijd van papier spelen, ook tijdens optredens. Maar daar zijn meerdere redenen en argumenten voor, aldus Martin. “Het heeft deels te maken met de muzikale roots van blazers, die veelal in de fanfare en harmonie liggen. Daarin wordt altijd van papier gespeeld. Kortom, blazers zijn ermee opgegroeid. De andere instrumentalisten in een band hebben doorgaans andere muzikale roots dan de blazers. Zo hebben veel gitaristen zich op gehoor hun instrument eigen gemaakt en kunnen ze vaak niet noten lezen.”
Naast oorzaken zijn er ook argumenten voor blazers om van papier te spelen, legt Martin uit. “Blazers moeten veel verschillende stukken spelen, vaak gewoon te veel om allemaal te onthouden. Bovendien luistert het neerzetten van de noten heel nauw en kan de aandacht beter daar naartoe gaan dan naar het uit het hoofd willen spelen. Daar komt nog bij dat de blazers die niet de eerste stem spelen, meestal een melodisch onlogische partij hebben. Zo’n partij is heel moeilijk om te onthouden.”
Je kunt dus echt niet zomaar tegen een blazer zeggen dat hij uit zijn hoofd moet spelen, aldus Martin. “Het is beter om dit verschil tussen muzikanten te accepteren.”

De vorm van een nummer
Wat nog wel eens lastig is in het communiceren tussen de blazers en de andere muzikanten, is dat de beide groepen de vorm van een nummer anders ervaren. Als je de partij van een blazer bekijkt, zie je dat die onderverdeeld is in stukken met de letters A, B, C, D enzovoorts. Vaak zijn de maten ook genummerd. Die letters en eventueel de maatnummers zijn voor de blazers de referentie voor de indeling van een nummer en waar ze zijn in het nummer.
Voor de andere instrumentalisten werkt dat anders. Die denken meer in termen als intro, eerste verse (couplet), chorus (refrein), de solo, de break na het tweede chorus, de bridge enzovoorts.


‘…Kijk verder dan je eigen blaaspartij en snap hoe een nummer in elkaar zit…’


“Dus als de drummer roept ‘vanaf de gitaarsolo’, snapt de rest van de ritmesectie waar hij het over heeft”, aldus Martin. “Maar de blazers vragen steevast vanaf welke letter dat is of welk maatnummer. En die letters zeggen de andere muzikanten weer niets. Daar kan veel tijd mee verloren gaan en het kan ergernis kweken.”
Volgens Martin ligt hier eigenlijk een taak voor de blazers. “Kijk verder dan je eigen blaaspartij en snap hoe een nummer in elkaar zit. Noteer bijvoorbeeld op je partij waar de coupletten, refreinen, solo’s en dergelijke zitten. Dat communiceert een stuk gemakkelijker met de andere muzikanten. Je kunt van de bassist niet verwachten dat hij weet waar maat 39 zit.”

Plexiglas schermpje
Het klinkt als een open deur, maar toch: met een blazerssectie erbij heb je een beduidend groter podium nodig. En ze moeten ook allemaal bij elkaar kunnen staan, anders wordt het niets met strak spelen. Blazers kunnen redelijk dicht naast elkaar staan, maar aan de voorkant hebben ze nog behoorlijk wat ruimte nodig voor hun instrument en de muzieklessenaar. Verder is het voor de andere muzikanten wel zo prettig om niet al te dicht op de blazers te hoeven staan. Want als je de volle laag krijgt van een trompet of trombone, is het niet fijn muziek maken. Vaak staan de blazers op een verhoging achterop het podium, omdat dit visueel het meest aantrekkelijk is. De bekers van de saxofoons staan omhoog gericht, maar de trompettist en de trombonist blazen het geluid recht naar voren en vaak iets naar beneden. In die vuurlinie is het aantal decibels enorm.
“Dit is goed op te lossen, maar vreemd genoeg zie je dat lang niet alle blazers die oplossing toepassen”, zegt Martin. “De oplossing is het plaatsen van een plexiglas schermpje ter hoogte van de plek waar het geluid je instrument verlaat. Zo’n schermpje heeft nog een bijkomend, belangrijk voordeel: de blazer kan zichzelf beter horen, doordat het geluid weerkaatst. Zeker in het samenspelen met een band, kan het moeilijk zijn voor een blazer om zichzelf te horen. Zo’n plexiglas schermpje kan dan prima helpen.”

Fysiek zwaar
Net als zangers hebben blazers geen volumeknop die zomaar omhoog kan om zichzelf beter te horen. “Als de band hard speelt, gaan zangers en blazers harder zingen en blazen om zichzelf te horen. Een blazer houdt dat drie nummers vol en is dan helemaal ‘door zijn lippen heen’. Houd daar als band rekening mee”, pleit Martin.
Een blaasinstrument spelen is fysiek zwaar. Daardoor kan het voor blazers slopend zijn om bijvoorbeeld tijdens repetities vaak achter elkaar hetzelfde nummer te moeten spelen, zeker als daar pittige stukken in zitten. Ook moet je er met de setindeling rekening mee houden dat je niet meerdere heftige blaasnummers achter elkaar zet. “Doe het je blazers niet aan om eerst een Kool & The Gang medley te spelen en meteen daarna een Earth, Wind & Fire medley. Dat is voor profs al zwaar en voor amateurs bijna niet te doen”, aldus Martin.2992295774_1744bf63b5_o
Met het oog op de inspanning is het voor de blazers wel een prettig gegeven dat ze in veel bands niet alle nummers hoeven mee te blazen. Maar dat heeft ook weer een nadeel, want een rijtje blazers dat niets staat te doen tijdens een nummer is een vreemd gezicht. “Als ze spontaan meedansen, is het prima. Maar dat is lang niet altijd het geval en het is niet echt aan te raden om dat dansen af te dwingen. In dat geval kunnen de blazers beter even het podium af gaan. Ik heb wel eens meegemaakt dat een trombonist ging staan sms’en. Dat kan natuurlijk echt niet.”

Samen uit, samen thuis
Blazers hebben de naam om bij optredens en repetities vaak als laatste te komen en als eerste weer weg te gaan. En dan zijn ze soms ook nog eens spullen vergeten, terwijl ze al bijna niets hoeven mee te nemen in vergelijking to bijvoorbeeld een drummer “Dat zijn veelgehoorde klachten en die zijn vaak terecht”, vindt Martin. “Het hangt voor een groot deel af van de afspraken die je erover hebt gemaakt. In een professionele band zal het er zakelijker aan toe gaan. Persoonlijk vind ik dat in veel gevallen voor de hele band het ‘samen uit, samen thuis’ principe geldt. Je zorgt dat je er allemaal op tijd bent, je wacht op elkaar met weggaan en waar nodig doe je nog wat hand- en spandiensten voor elkaar. Dat doet de sfeer in een band veel goed.”
Maar een kanttekening is op zijn plaats, vervolgt Martin. “Anderzijds moet je er ook rekening mee houden dat de blazers bij de soundcheck pas als laatste aan de beurt komen. Sterker nog: als ze al aan de beurt komen. Want vaak heeft de geluidsman of -vrouw al te veel tijd besteed aan de drums en de bas, waardoor er geen tijd meer is voor de blazers. Als je dan van je blazers verwacht dat ze tegelijk arriveren met de drummer, kan het zijn dat ze drie uur moeten wachten en niets te doen hebben. Terwijl ze er misschien wel eerder voor van hun werk zijn gekomen.” Kortom, met wat wederzijds begrip kan het prima boteren tussen de blazerssectie en de rest van de band. Als de blazerssectie dan ook superstrak en muzikaal speelt, dan wordt het zelfs één groot feest.

Met dank aan Martin Hiddink, trompettist, gitarist, zanger en arrangeur (www.m-agemusic.nl).

 

 

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Email to someone
Fred Meijer

Geschreven door

Fred Meijer, redacteur Bandcoach Magazine

Reacties (0)

Kennispartners

knowledge partners